de praktijk van het dagboekschrijven
een dagboek beginnen is een kalibratieprobleem, geen disciplineprobleem. drie faalwijzen van Fogg, Wood en Lally, met drie kleine ingrepen.
Je besluit een dagboek te gaan bijhouden. Binnen een week stop je. Je besluit het opnieuw. Je stopt opnieuw. De reflex is om dit een disciplineprobleem te noemen. Het is bijna nooit een disciplineprobleem. Het is een kalibratieprobleem.
Een kalibratiediagnose behandelt het niet-beginnen als bewijs dat één van drie instellingen niet klopt. De notitie is te groot. De trigger is onstabiel. Het medium is te kostbaar. Elk heeft een kleine ingreep en een citaat. Pas degene toe die past, en probeer opnieuw.
De meeste adviezen over dagboek schrijven vragen om vijf minuten en drie suggesties. Dat is de gepubliceerde standaard, niet de ondergrens. De hefboom van B.J. Fogg in Tiny Habits is om het gedrag te verkleinen tot vermogen het wint van de behoefte aan motivatie.
[1]Make the behavior so tiny that you don't need much motivation.
De ingreep is om één zin te schrijven. Niet je beste zin. Welke zin dan ook. Een zelfstandig naamwoord en een werkwoord die alleen vandaag konden hebben plaatsgevonden. Als één zin nog steeds zwaar voelt, schrijf dan één woord. Het één-regel-logboek-protocol is de operationele vorm van deze hefboom.
De tweede faalwijze is onzichtbaar. Je was van plan om ergens in de avond te schrijven. Ergens in de avond is geen trigger. Het overzicht uit 2016 van Wood en Rünger over gewoontepsychologie raakt de ruggengraat van het vakgebied: gewoontes worden geactiveerd door terugkerende contexttriggers, niet door opnieuw beslissen op basis van motivatie. Een vage trigger wordt weggeconcurreerd door wat de avond verder ook bevat.
De ingreep is om de trigger precies te benoemen. Wanneer ik mijn laptop voor de nacht sluit, schrijf ik één zin in daylogg. De trigger moet een moment zijn dat al elke dag gebeurt, zonder jou. Lally's veldonderzoek van vierentachtig dagen vond dat het missen van een enkele dag de gewoontevorming niet ontspoorde, en dat het gedrag automaticiteit bereikte, in een stabiele context, na een mediaan van zesenzestig dagen.
mediaan dagen tot automaticiteit, in een stabiele context
66
lally 2010
Het getal is een toestemming. Je hebt weken. Je hoeft het nog niet te voelen werken.
De derde wijze is degene die niemand toegeeft. Het notitieboek is van leer. De pen is zwaar. De eerste pagina is intimiderend. Een kostbaar medium tilt de inzet van elke notitie boven wat de praktijk kan dragen, en dus begint de praktijk niet.
De ingreep is de kleinst mogelijke neerwaartse ruil. Een notitie-app. Een logboek van tien seconden. Een stuk papier dat lelijk mag zijn. De praktijk is het verslag, niet het artefact. Kalibreer omlaag totdat beginnen niets kost, en de praktijk komt vanzelf.